DOSSIER: GAZON ONDERHOUD - Het groene hart van de tuin

Stadstuintjes kunnen en moeten vaak zonder dit bijna obligate gladgeschoren groene tapijt en ook in steile rotstuinen is er geen plaats voor een gazon. Maar in elke voldoende grote tuin is een gazon onontbeerlijk. Het is het hart van de tuin. De plek waar de bengels spelen, een grasgroene plek die rust geeft aan de tuin en de tuinbezitter. En wanneer het gazon er na een maaibeurt kort en onberispelijk bijligt, is de tuin op zijn paas- best. Zelfs de mooiste borders er omheen worden dan plotseling een niveau hoger getild.

 

Licht en lucht

Gras wil voldoende zon en lucht, en wee de grassprietjes die voortdurend worden belopen, waardoor de bodem verdicht en het gras sterft. Het gazon heeft het heus niet altijd gemak- kelijk. extreme droogte, neerdwarrelend blad, ondeskundige maaibeurten, invasie van mos en klaver, algemene verwaar- lozing, overdreven gebruik van schimmeldodende middelen, gazonmeststoffen en onoordeelkundig gebruik van insectici- den. En ook mollen die het ondergraven, molshopen opwerpen en zo kale plekken veroorzaken, engerlingen, rooddraad en andere ziekten, heksenkringen van de weidekringzwam of een cocktail van twee of meer van deze fouten, ziekten en plagen bezorgen de gazongrassen een pak stress.

 

Het onderhoud de conditie

En een gazon is dwingend. Het noopt de tuinier om tijdens de zomermaanden en de herfst wekelijks te maaien. Een gazon moet u elk jaar minstens een keertje verticuteren, wat een aantal meststoffenleveranciers ook beweert. En na het verticuteren zou men idealiter moeten doorzaaien zodat de zode zich snel kan herstellen.

Het gazon onderhouden is dus een beetje de conditie onderhouden.

 

Geef mos minder kans

Oordeelkundig omgaan met het gazon begint al voor de winter, bij de laatste maaibeurt. U hebt er alle belang bij het gras voldoende lang te laten. Zes centimeter is de beste hoogte. De reden is eenvoudig. Tijdens de wintermaanden valt de groei van het gazongras helemaal stil. Alleen het vervelende straatgras, Poa annua, dat onder meer ongegeneerd in de voegen van de bestrating opschiet, wil dan nog groeien en zelfs zaad vormen. Maar gazongras rust. Nu is er een plantje zonder wortels dat in moeilijke omstan- digheden plots kan gaan woekeren, het mos. Mos heeft geen voedingsstoffen uit de grond nodig, houdt van zure regen en groeit bij relatief weinig licht. In de donkere, regenachtige maanden van het koude jaargetijde wint het haast moeite- loos terrein op het winterslapende gras. Maar mos blijft licht nodig hebben, hoe schaars ook. Als de grassprietjes zes centimeter hoog zijn, krijgt ook het mos nauwelijks licht, te weinig om nog afdoende aan fotosynthese te doen. Zonder dat u ook maar één euro aan mosbestrijders uitgeeft hebt u de strijd al voor een groot deel gewonnen. Niet helemaal, in de tuin is niets absoluut, maat dat ondervindt u al lang. Heeft u toch mosbestrijders nodig, dan moet u zich tegelijk afvragen welke omstandigheden mos een voorsprong geven op het gras. Ligt een deel van uw gazon in de schaduw? Is de grond te zuur geworden? Verstikt een hardnekkige viltlaag het gazon of heeft u het helemaal niet gevoed? Zoek naar alternatieve bodembedekkers wanneer schaduw het gazon voortdurend verzwakt en mos vrij spel geeft. Een gazon in de schaduw is als een waterlelie op het droge. De andere mogelijke oorzaken van uitgebreide mosgroei zijn wel te bestrijden.

 

Niet betreden bij vrieskou

U mag gerust over het gazon lopen in de winter, behalve, in principe toch, wanneer het bevroren is, want dan laat u letterlijk sporen achter die uw winterse wandeling in het voorjaar beslist verraden. Heeft het gesneeuwd en wil u met de kinderen een sneeuwpop maken, dan is u dat uiteraard vergeven.

 

Kalk, de moeder van alle meststoffen

Vroeg in het voorjaar, wanneer de krokussen bloeien, moet u bijna overal, behalve in de kalkrijkste gronden misschien, het gazon kalk geven. Neem liefst gekorrelde kalk. Die stuift niet. Dat is handig, anders ziet u eruit als een molenaar, wit bepoederd. Bovendien bestaat de kans dat er niet ver van het gazon planten staan die een hekel hebben aan kalk en allesbehalve gediend zijn met het stuivende witte poeder. Op de verpakking kunt u lezen hoeveel kalk u dient te strooien. De kalk heeft ook een onrechtstreekse werking te- gen mos, maar dient er in de eerste plaats voor dat de wortels van de grassprietjes later in de lente in staat zijn voldoende voedingsstoffen op te nemen. In die zin is kalk de moeder van alle meststoffen. Welke kalk u gebruikt is van minder belang: dolomiet bevat magnesium en dat kan een voordeel zijn omdat magnesium helpt uw grassprietjes groener te maken. Maar ook zeewierkalk of andere kalk is geschikt. Tegenwoordig worden er ook gekorrelde gazonmeststoffen verkocht waarin voldoende kalk is verwerkt. Wanneer u een gazonmeststof gebruikt met kalk dan moet u deze wel later op het seizoen strooien, pakweg half april wanneer de temperatuur hoog genoeg is opdat de graswortels de meststof zouden kunnen opnemen.

 

Verticuteren, absoluut noodzakelijk!

In februari en maart is het nog te vroeg om te maaien, zelfs voor het verticuteren zou ik wachten tot begin april. Verticuteren verwijdert het overgrote deel van de viltlaag. Afgestorven gras, ingewaaid materiaal en vooral mos zorgen ervoor dat op de grond een taaie dichte laag ontstaat, deviltlaag. Deze viltlaag zorgt ervoor dat er minder lucht naar de wortels gaat. Ze hindert de opname van voeding- stoffen en werkt op den duur verstikkend. U doet er goed aan de viltlaag uit te kammen. Sommige gazonmeststoffen bevatten bacteriën die de viltlaag te lijf gaan, maar of dat helemaal afdoende is durf ik te betwijfelen.Verticuteren doet u met een verticuteerhark of, bij grotere gazons, met een verticuteermachine. Tenzij u een heel groot gazon heeft en u zelf een verticuteermachine bezit, zult u er ofwel eentje moeten huren ofwel een beroep moeten doen op een rondtrekkende ‘verticuteerder’. Dat laatste lijkt in sommige streken een nieuw beroep te worden.

Het is een misverstand dat een verticuteermachine voortjes in de grond moet trekken, de messen kammen boven op de grond de alles verstikkende viltlaag uit en snijden dus niet in de zode. Van de nieuwe machines slijpen de brede kammessen zichzelf aan. Nadat de viltlaag verwijderd is en alles wat de machine lostrok is opgeharkt en op de composthoop ligt, lijkt het gazon er kalend bij te liggen. Op dat ogenblik zou u moeten doorzaaien.

 

Doorzaaien, een relatief nieuw begrip.

U zou het handmatig kunnen doen en breedwerpig met een herstelgazonmengsel kunnen zaaien. Maar tegenwoordig is doorzaaien het werk van een tuinaannemer of hovenier die het heel professioneel uitvoert met een speciaal op punt gestelde doorzaaimachine. Een goede doorzaaimachine trekt in een eerste bewerking met scherpe messen 2 cm diepe groeven in het gazon waarin graszaad uit een reservoir glijdt. Omdat een deel van het gras aan de grassprietjes blijft kleven, treden onmiddellijk daarna trilplaatjes in werking zodat bijna alle graszaad in de voortjes terechtkomt. Een wals drukt de gleufjes met zaad dicht. Deze vier handelingen van de doorzaaimachine volgen elkaar razendsnel en in één beweging op. Er gaat haast geen zaad verloren. Graszaad dat goed in de aarde is aangedrukt neemt snel vocht op en kiemt vaak al na een week.

Wie doorzaaien aanziet als een laatste redmiddel, heeft het mis. Doorzaaien moet immers gebeuren voor het gazon helemaal is afgeleefd. In de regel wordt een keurig gazon om de twee jaar door doorzaaien verjongd. Voor doorzaaien wordt graszaad met een speciale coating gebruikt. Geef na het doorzaaien geen water. Laat de natuur zijn werk doen. In een droogteperiode sluimert het graszaad om pas te kiemen als de omstandigheden dat toelaten. Doorzaaien kan dus het hele seizoen door gebeuren. Omdat een doorzaaimachine niet goedkoop is, kunt u het doorzaaien maar beter aan de vakman overlaten, uw tuinaannemer of hovenier dus.

 

Kale plekken weer groen maken

Wanneer een of meer mollen onder en in het gazon te keer gingen, heeft dat een aantal voordelen. Mollen staan onder meer de larven van de mei- en junikevers naar het leven. Die larven, wit met een honingkleurige kop, zijn ronduit verschrikkelijke beestjes. Ze kunnen zo talrijk aanwezig zijn dat ze de wortels van een gazon volledig kunnen wegvreten. U kunt het gazon of wat er aan grassprietjes overblijft daarna oprollen als een tapijt. Mollen in het gazon kunnen dus erger voorkomen, maar ze brengen uiteraard esthetische schade toe, winter en zomer, want mollen vertikken het gewoonweg een winterslaap te houden. Ook zomerdroogte en rooddraad of een andere schimmel- ziekte kan kale plekken veroorzaken. Is een schimmelziekte de oorzaak, dan is er een dieper liggend probleem. Extreem vochtig weer kan schimmelziekten veroorzaken, maar ook onoordeelkundig mesten met snelle chemische meststoffen, een slechte bodemstructuur, een hardnekkige, nooit bestreden viltlaag of al te snel sproeien kan schimmelaantastingen bevorderen, om nog te zwijgen van botte maaimessen die de grassprietjes niet gaaf doorsnijden, maar verrafelen zodat schimmelsporen gemakkelijk kunnen binnendringen.

 

De meest voorkomende schimmelziekten

Niet alle gazongras is even gevoelig voor schimmels. Kies bij de aanleg van een gazon steeds voor sterke grassoorten. Een goed gazonzaadmengsel heeft zijn prijs. Die kleine investering meer, kan u later veel hoofdbrekens besparen. Rooddraad, sneeuwschimmel en dollarspot zijn de ‘kleur- rijke’ namen voor de gazonschimmels die in onze streken lelijk kunnen huishouden. Rooddraad is een armoeziekte. Grassprietjes worden bruingeel en verdorren. Bij overvloedige dauw zien we dat de ziekte zich snel uitbreidt. Blijft ook na voldoende evenwichtige voeding rooddraad woekeren, dan kunt u als laatste redmiddel op zoek gaan naar specifieke schimmelbestrijders.

De sneeuwschimmel is vooral een winterkwaal van het gazon. Er ontstaan lichtgele plekken in het gazon die snel grauwgrijs verkleuren. Soms ligt er een bleekroze waas over het dode gras. Het gras ligt dan aaneengekit plat op de grond. De schimmel tiert welig als er nauwelijks ultraviolet licht tot de grasmat doordringt. Een dichtgeslipte bodem, een verstikkende viltlaag, en een slechte drainage zijn de dieper liggende oorzaken van deze ziekte. Verticuteren is noodza- kelijk, een chemische behandeling is vaak aangewezen.

De derde ziekte die in onze streken vaak voorkomt is dollarspot. Kleine onregelmatige vlekken ontsieren de gras- sprieten. Bij het voortschrijden van de ziekte verenigen de vlekken zich tot onregelmatige patronen. Is de lucht- vochtigheid hoog dan ontstaan ragfijne miceliumdraden die zich boven de vlekken verenigen tot een spinnenweb, alsof niet de schimmel, maar een of andere spin aan het werk was. Er kunnen, sporadisch weliswaar, nog andere schimmelziekten het gazon aantasten, maar net als de drie beschreven ziekten zijn ze met één en dezelfde schimmel- doder te bestrijden, onder meer met Rovral SC.

 

Slim bemesten

Gras is een grote eter. Als u vijfentwintig keer per jaar drie cm van een grassprietje afmaait, heeft u in totaal vijfenzeventig centimeter van elke grasspriet ‘geoogst’.

Het gazon optimale bemesten is niet zo moeilijk wanneer u de volgende basisregels in acht neemt. Dat doet u zonder discussie het best met organische meststoffen. Deze mest- stoffen bestaan uitsluitend uit grondstoffen van natuurlijke oorsprong. Organische gazonmeststoffen bevatten de juiste voedingsstoffen voor gras. Ze worden gretig door de gras- wortels opgenomen. Bovendien spoelen ze slechts in geringe mate uit zodat ze het milieu minimaal belasten. Het gazon voeden doet u zowel in het voorjaar, als in het najaar.

Het organisch materiaal van de meststoffen bevat tal van gunstige micro-organismen die een rol spelen bij het verwerken van de viltlaag. Zelf strooi ik tweemaal per jaar fijn gezeefde onkruidvrije compost over de grasmat. Een flinterdun laagje is voldoende. Die compost is een uitermate rijke bron van gunstige bodemorganismen die een grote rol spelen in het afbreken van de viltlaag. Bovendien spoelen fikse regenbuien de compost tussen de grassprietjes en geleidelijk aan naar de diepste plekjes. Na een paar jaar zal uw gazon biljartglad zijn.

Sommige gazonmeststoffen bevatten selectieve onkruid- verdelgers en/of mosdodende middelen die niet de grassen, maar wel onkruid en mos onderdrukken. Dat kan handig zijn wanneer u een volkomen onkruidvrij gazon wenst.

Er is echter een regel waar u maar moeilijk onderuit kunt: meer mesten betekent meer maaien. Het komt er dus vooral op aan het juiste evenwicht te vinden. Een goed hulpmiddel is de op de verpakking aangegeven dosis. Die mag u beslist niet overschrijden.

 

Maaien, altijd opnieuw maaien

Wie een echt onberispelijk gazon wil, kan ook in zijn tuin best maaien met een cilindermaaier. Maar noodzakelijk is dat niet. Wel is het handig te maaien met een mulchmaaier of snippermaaier die het gras versnippert en terug tussen de sprietjes blaast, waar het door de bacteriën wordt omgezet tot voeding en compost.

 

Het gazon maaien

De maaihoogte kan verschillend zijn van seizoen tot seizoen. Te kort maaien is altijd uit den boze: het kan het gras verzwakken en een groeistilstand veroorzaken waardoor mos en ander onkruid de bovenhand nemen, zeker als u door de schacht van het gras snijdt. Staat het gras te lang dan verdringen de ruwe grassoorten de fijne en wordt de zode na verloop van tijd grof. Daarom is het aangewezen de maaihoogte in de groeiperiode van het gazon (tussen begin maart en begin november) in te stellen op 2 à 5 cm. De ideale hoogte hangt af van de functies die uw gazon te vervullen heeft. Een nauwelijks betreden siergazon wordt kort gehouden. Een speelgazon waarop voortdurend gespeeld wordt, vraagt een maaihoogte van ongeveer 4 cm. Slaat de zomerhitte toe dan mag het gazon nooit kort worden gemaaid. Langere grassprietjes geven elkaar een beetje schaduw en, al lijkt dat paradoxaal, van een wat hoger gemaaid gazon is de waterbehoefte dan kleiner dan die van een kort gemaaid gazon. Bij de laatste maaibeurt stelt u de maaihoogte in op 5, of zelfs 6 cm. Dat is, zoals hoger gezegd, de ideale winterhoogte van het gazon, want in een voldoende hoog gemaaid gazon krijgt mos minder kans.

 

Maaien als schoonheidsbehandeling

Een gazon zal pas echt mooi blijven wanneer u het regel- matig maait. Als eenvoudige vuistregel geldt dat u het gazon een volgende maaibeurt geeft wanneer het de helft hoger is gegroeid dan de maaihoogte die u in de machine heeft ingesteld. Een speelgazon met een maaihoogte van 4 cm wordt opnieuw gemaaid als de grassprietjes 6 cm lang zijn. Als het in de zomer groeizaam weer is, zult u een speelgazon om de week moeten maaien.

Na een vakantieperiode wanneer het gras beduidend hoger is gegroeid, doet u er goed aan het gras in twee of meer beurten te maaien, telkens met een lager ingestelde maaihoogte. Bij deze werkwijze wordt de maaier niet teveel belast en heeft u geen bergen maaisel te verwerken.

 

Waarheen met het maaisel?

U kunt het maaisel verzamelen in een opvangbak. Dan blijft er geen maaisel aan de schoenen plakken en ligt het gazon er al onmiddellijk beeldschoon bij. Soms kan het echter nuttig zijn het maaisel te laten liggen. Vooral in een kurk- droge periode is dat het geval: het korte maaisel beschermt het gras tegen overmatige zonnebrand en gaat mosvorming tegen. Snippermaaiers, de zogenaamde mulchmaaiers, ver- snipperen het maaisel zodat u het in alle omstandigheden kunt laten liggen. Als het gras na een vakantieperiode te hoog is opgeschoten, gaat het maaien zonder opvang- bak- of zak meestal iets makkelijker. Gazonmaaisel kan gecomposteerd worden op voorwaarde dat u het luchtig tussen onkruid en haagscheersel spreidt. Ook kippen verwerken kleine hoeveelheden gazonmaaisel.

 

Hardnekkige onkruiden

Onkruiden die niet door het maaien verdwijnen zijn onkruiden die ofwel een platte rozet vormen zoals de overigens toch wel heel mooie madeliefjes en paardebloemen, of onkruiden die een heel platte, kruipende groeiwijze hebben zoals sommige klavers en bijvoorbeeld hondsdraf. Hoe dan ook het zijn allen breedbladige planten, geen grassen dus. Bijgevolg kunnen ze door een selectieve onkruidbestrijder, die uitsluitend breedbladige planten naar het leven staat, worden gedood. Pas wel op dat u geen sierplanten raakt die langs het gazon groeien, want ook die zouden het niet overleven. Houd ook rekening met de uitvloei en sproei dus niet te dicht langs de randen.

Veel lastiger zijn ruwbladige grassen die na verloop van tijd in een gazon kunnen opduiken. Ziet u die opkomen verwijder ze dan door ze met een scherp mes uit te steken, want er is uiteraard geen onkruidverdelger selectief genoeg om het ene gras te doden en het andere te sparen.

 

Sproeien of niet

Er zijn omstandigheden waar sproeien noodzakelijk is: bij een nieuw gezaaid gazon in een droge lente of als u net gras- rollen hebt gelegd. Tijdens de zomermaanden in extreme droge omstandigheden kunt u sproeien, tenzij het omwille van waterschaarste verboden is. Hebt uzelf een regenput of een ander waterreservoir dan bestaat deze beperking niet. Mijn ervaring is dat een totaal dor gazon zich snel herstelt als dauw en regen wat later op het seizoen hun werk doen. Wenst u toch te sproeien, doe het dan overvloedig. Een handige truc is een leeg sardienenblikje op het gazon te leggen. Staat het vol water dan kunt u de kraan weer dichtdraaien.

 

Ivo Pauwels